Cognitieve beperking

Een cognitieve beperking werd tot voor kort een verstandelijke beperking genoemd.

Een cognitieve beperking    betekent een significant verminderd vermogen om nieuwe of complexe informatie te begrijpen en om nieuwe vaardigheden toe te passen (beperkte intelligentie). Dit resulteert in een verminderd vermogen om onafhankelijk te leven (beperkt sociaal functioneren). Een cognitieve beperking begint voor de volwassenheid en heeft een blijvend effect op ontwikkeling.

Om een cognitieve en verstandelijke beperking  beter te begrijpen is het noodzakelijk te schetsen hoe een 'normale' cognitieve ontwikkelinsg verloopt en wat het verschil is tussen een cognitieve ontwikkelingsachterstand en een cognitieve beperking.

Kenmerken van een typische cognitieve ontwikkeling

Van een normale ontwikkeling is sprake als een kind alle fasen doorloopt naar de volwassenheid op het gebied van fijne en grove motoriek, groei, sociale vaardigheden en spraak en taal.  Het  kind ondervindt dan geen (grote) problemen .

  • Baby- en peutertijd:   cognitieve ontwikkeling  zit vooral in het gebruik van zintuigen, het zogenaamde sensomotorisch stadium,  en op vlak van aandacht en categorisatie.

  • Kleuterperiode: vanaf 2 jaar maken peuters een enorme vooruitgang door in mentale voorstellingen. De taalontwikkeling en cognitieve ontwikkeling interageren voortdurend met elkaar.  Kinderen leren dat taal een middel is om betekenis over te dragen. Verder leren  kleuters vanuit intuïtie seriëren, classificeren en corresponderen. Ze maken nog geen gebruik van logisch redeneren.

  • Lagere school: vanaf 6 à 7 jaar wordt dat denken wel logischer, flexibeler en beter georganiseerd. De evolutie van de cognitieve ontwikkeling hangt samen met de hersenontwikkeling op deze leeftijd.   Daarnaast wordt de aandacht meer selectief, aanpasbaar en planmatig. 

  • Adolescentie:  vanaf nu ontwikkelt het abstract denkvermogen. Zo wordt het denken op hypothetisch niveau mogelijk. Er is ook sprake van een verbetering op vlak van informatieverwerking, ten gevolge van de hersenontwikkeling én  beïnvloed door de omgeving.  De snelheid van het denken en de capaciteit van het werkgeheugen neemt verder toe.  

Naast cognitieve ontwikkeling, ontwikkelen kinderen ook adaptieve vaardigheden.  D.w.z. dat ze het vermogen ontwikkelen zich (spontaan en flexibel)    aan een situatie aan te passen, bijvoorbeeld bij stress of andere emoties.   Executieve functies, zoals responsinhibitie en werkgeheugen, zijn voorwaarden voor dat adaptief gedrag.

Sommige kinderen ervaren problemen bij het verwerven van adaptieve en cognitieve vaardigheden.  Het is daarom belangrijk dat er vroeg ingespeeld wordt op de beginsituatie van het kind om hem /haar de gepaste uitdagingen te geven.

Als de achterstand tegenover leeftijdsgenoten toch blijft vergroten, zal een cognitieve ontwikkelingsachterstand of een cognitieve beperking geconstateerd worden.

Kenmerken van een ontwikkelingsachterstand

Wanneer jonge kinderen belangrijke ontwikkelingsmijlpalen op vlak van motoriek, taal, cognitie en/of adaptief gedrag niet bereiken, spreekt  men  over een algemene ontwikkelingsachterstand.   

Wat zie je wanneer een kind een cognitieve of verstandelijke beperking heeft?

Een verstandelijke of cognitieve beperking wordt gekenmerkt door significante  beperkingen op vlak van het intellectuele functioneren en het adaptief gedrag en gaat verder dan een ontwikkelingsachterstand:

  • Kinderen met een cognitieve beperkingen krijgen bepaalde vaardigheden later, slechts gedeeltelijk of helemaal niet onder de knie.

  • Kinderen met een cognitieve beperking hebben vaak problemen op verschillende functioneringsgebieden.

De ontwikkeling van een kind met een verstandelijke of cognitieve beperking en zijn mogelijke participatie aan de maatschappij, hangt samen met de verschillende componenten van het functioneren. Dit zorgt voor een grote diversiteit binnen de groep van kinderen/jongeren met een cognitieve beperking waardoor er geen algemeen ontwikkelingsverloop geschetst kan worden.

Deze componenten zijn:

  • het cognitief functioneren

  • het sociaal-emotioneel functioneren

  • het adaptief functioneren (het spontaan en flexibel kunnen toepassen van vaardigheden als de situatie er om vraagt)

Een verstandelijke of cognitieve beperking komt vaak voor samen met andere stoornissen, zoals ASS, dyspraxie, dysfasie,...

Ernst van de cognitieve of verstandelijk beperking

De ernst van de cognitieve beperking, hangt af van

 

  1. de interpretatie van de IQ score

  2. de specifieke hulpvraag 

Er zijn drie categorieën:

  • licht verstandelijke beperking

  • matig verstandelijke beperking

  • ernstig verstandelijke beperking