Dyscalculie

Dyscalculie    is een  leerstoornis,  waarbij het kind een hardnekkig probleem heeft met het aanleren en het vlot en nauwkeurig ophalen en toepassen van rekenkennis.

Kenmerken van dyscalculie

De rekenproblemen van kinderen met dyscalculie kunnen onderling erg verschillen. Er zijn drie hoofdkenmerken    bij    dyscalculie: 

  • Moeite met het lezen en opschrijven van cijfers en getallen.

  • Cijfers en getallen op de verkeerde plek zetten.

  • De rekenregels niet (meer) beheersen.

Ondanks veel en gericht oefenen gaan deze kinderen (bijna) niet vooruit.  Het automatiseren komt niet of slechts moeizaam tot stand.

De rekenachterstand komt niet overeen met het vermogen tot leren op andere gebieden, zoals lezen.

Wat loopt er precies moeilijk?

Geheugen en automatismen
▢ Splitsingen en tafels niet onder de knie krijgen, cijfers niet correct lezen en schrijven
▢ Steeds weer twijfelen bij eenvoudige bewerkingen
▢ Traag rekenen bij eenvoudige bewerkingen, er zijn talrijke rekenfouten
▢ De klok niet vlot leren lezen

Vaardigheden en technieken
▢ Moeite met de volgorde van de stappen die bij berekeningen moeten worden uitgevoerd bijvoorbeeld een staartdeling 
▢ Veel fouten in het uitvoeren van rekenprocedures bijvoorbeeld de volgorde van de bewerkingen altijd verwarren
▢ Het vaak gebruiken van een rekenaanpak die normaal voor jongere kinderen is
Visueel-ruimtelijke en motorische vaardigheden
▢ Motorische onhandigheid bijvoorbeeld lat onvoldoende kunnen hanteren en onnauwkeurigheid bij technische tekeningen
▢ Geen verbanden zien tussen woord en beeld (grafieken niet kunnen lezen)
▢ Onnauwkeurig noteren bijvoorbeeld 2³ wordt 23, 25 wordt 52
▢ Moeite met kolommen en millimeterpapier

Inzicht
▢ Problemen met onderdelen waarbij ruimtelijk inzicht en kennis van ruimtelijke begrippen van belang zijn (meetkunde)
▢ Vooral steunen op geheugen, nieuwe inzichten enkel door veel oefening verwerven

Mogelijke noden en behoeften van een jongere met dyslexie

​​De leerling heeft nood aan een leerkracht die: 

  • de leerling aanmoedigt bij wat wel goed lukt.

  • inzet op de rekenonderdelen die hij/zij beter onder de knie heeft en daarop inzet.

  • zich houdt aan dezelfde strategieën voor rekenonderdelen.

  • meer instructie- en oefentijd voorziet.

  • aan preteaching doet (en dus bepaalde rekenlessen op voorhand doorloopt met de leerling).

  • die samen met  de leerling bepaalde vaardigheden expliciet inoefent.

  • de momenten van zelfstandig werk beperkt.

  • vragen stelt om de leerling in de juiste richting te wijzen.

  • mondeling ondervraagt.

  • de leerling niet onvoorbereid aan het woord laat.

  • de leerling vrijstelt van hoofdrekenen.

De leerling heeft nood aan instructie die:

  • stap voor stap aangeboden wordt.

  • herhaald wordt, liefst individueel.

De leerling heeft  nood aan opdrachten die:

  • ruimte geven voor tussenstappen (liefst met vaste sjablonen).

  • op overzichtelijke werkbladen staan (ruimte, tekstgrootte,...)

De leerling heeft nood aan  een klasorganisatie met:

  • hulpmiddelen voor rekenen (concreet en visueel materiaal, maaltafelkaart, rekenmachine,...)

  • hulpfiches voor rekentaal

De leerling heeft nood aan  feedback die:

  • positief en direct is.

  • inzet benadrukt.