ADHD

ADHD staat voor Attention Deficit  Hyperactivity Disorder.

Leerlingen met ADHD vertonen een gebrek aan concentratie, zijn impulsief en overbeweeglijk. Soms kunnen ze echter wel rustig met iets bezig zijn dat hen echt interesseert.

Er zijn drie beelden bij ADHD:

  • overwegend onoplettend - gekend als ADD.

  • een gecombineerd beeld.

  • overwegend hyperactief/impulsief.

De eerste twee vormen komen het meeste voor.

ADD staat voor Attention Deficit  Disorder  en is een  vorm van ADHD.

Het zijn dus geen  verschillende stoornissen.

Mogelijke sterke kanten

Gedreven en enthousiast

  • Kunnen zich op iets storten

  • Kunnen er voor gaan vanuit interesse

Goede entertainers

  • Creatief

  • Soms spraakwatervallen

  • Spreken met hun hele lichaam

Nemen vlot contact

  • Niet verlegen

  • Durven anderen aanspreken in nieuwe situaties

Energie en uithoudingsvermogen

  • Veel fysieke kracht

  • Niet snel moe bij sport en spel

Hoog tempo

  • Sneller werktempo

  • Snel van activiteit wisselen

Mogelijke zwakke kanten

Aandachtstekort:

  • Onvoldoende aandacht voor details

  • Moeite om aandacht vol te houden

  • Niet lijken te luisteren

  • Aanwijzigingen niet opvolgen

  • Er niet in slagen werk af te maken

  • Moeite met het organiseren van het eigen werk

  • Het vermijden van taken die een langere geestelijke inspanning vragen

  • Vaak dingen kwijtraken

  • Afgeleid zijn door onbelangrijke dingen

Hyperactiviteit

  • Onrustig bewegen met handen, voeten

  • Opstaan en rondlopen wanneer dat niet past

  • Moeilijk rustig kunnen spelen

  • Doordraven of aan één stuk praten

Impulsiviteit

  • Moeite beurt af te wachten

  • Antwoorden voor de vraag gesteld is

  • Bezigheden van anderen verstoren

  • Zich in gevaarlijke situaties storten

Mogelijke noden en behoeften van een jongere met AD(H)D

Highlights

  • Geef duidelijke en korte instructies.

  • Zorg voor afbakening in tijd en ruimte tijdens het werken.

  • Zorg voor korte en  uitdagende activiteiten.

  • Kom tegemoet aan de bewegingsdrang van de leerling.

  • Help herinneren aan het meebrengen van materiaal  of het afwerken van een taak.

  • Stimuleer. gewenst gedrag met beloningen.

  • Begrens onacceptabel gedrag .

De leerling heeft nood aan een leerkracht die: 

  • hem/haar actief betrekt bij instructie 

  • hem/haar meeneemt voor een verlengde/individuele instructie

  • de taakaanpak verheldert  (wat, wanneer, hoe, met wie, hoe lang)

  • goede tijdsafspraken maakt en de tijd visualiseert

  • de taakplanning op een bord zet

  • extra tijd geeft

  • zorgt voor afwisseling in minder en meer intensieve taken

  • rust en ontspanning inbouwt gedurende de dag

  • inzet op variatie in visuele, verbale en tactiele ondersteuning

  • focust op de mogelijkheden van de leerling

  • hem/haar ondersteunt met humor, warmte en nabijheid

  • beseft dat het geen onwil is maar onmacht dat sommige dingen niet lukken

  • oorzaak-gevolg bespreekt met de leerling

  • consequent is in de aanpak en toepassen van de regels

De leerling heeft nood aan instructie die:

  • kort, helder en enkelvoudig geformuleerd wordt

  • gevisualiseerd wordt

 

De leerling heeft  nood aan opdrachten die:

  • worden opgedeeld in stukken

  • overzichtelijk zijn

  • op korte termijn haalbaar zijn

  • een sobere lay-out bevatten

De leerling heeft nood aan  een klasorganisatie met:

  • vaste zitplaatsen

  • structuur  in de ruimte

  • voorspelbaarheid in de lesovergangen

  • zo weinig mogelijk visuele en auditieve prikkels

  • duidelijke regels

  • hulpmiddelen

De leerling heeft nood aan  feedback die:

  • direct op het gewenste gedrag volgt en uitlegt wat het positieve effect van dat gedrag is

  • de inzet/inspanning benadrukt

  • succeservaringen worden benadrukt