Dyslexie

Dyslexie is een  leerstoornis.

 

Het komt tot uiting bij het lezen en/of schrijven. Het is een hardnekkig probleem waarbij  lezen of spellen op woordniveau  zeer moeilijk is. De automatisering van lezen en/of spellen loopt dus mank, en ondanks grote inspanningen blijft de letter- en woordherkenning moeizaam verlopen.

 

De fouten die zij maken, lijken op verstrooidheidsfouten. Bijvoorbeeld: ‘kineren’ in plaats van ‘kinderen’ schrijven. 

Daarnaast kan  de leerling  woorden niet vlot lezen, dit omdat het technisch lezen moeilijk gaat. Doordat je de woorden niet vlot kan lezen, krijg je het begrip en de betekenis van de tekst niet binnen.

Dyslexie valt echter niet altijd meteen op. Het is vaak  een “onzichtbare” beperking  en wordt daardoor niet gemakkelijk (h)erkend.

Dyslexie bestaat in verschillende vormen, van licht tot zeer ernstig, en komt vaker voor bij jongens dan bij meisjes.

Wat loopt er precies moeilijk dan?

Aandacht en concentratie
▢ Concentratieproblemen
▢ Verhoogde afleidbaarheid
▢ Vergeetachtigheid en verstrooidheid 

Oriëntatie in tijd en ruimte
▢ Moeilijk kloklezen
▢ Zwak gevoel voor tijd en ordening in tijd
▢ Weg vinden, begrippen links, rechts, voor, na, boven, onder zijn moeilijk

Motorische vaardigheden
▢ Moeizaam en moeilijk leesbaar geschrift
▢ Onhandigheid
▢ Orde en structuur
▢ Taken vergeten
▢ Agenda onvolledig ingevuld
▢ Moeilijk orde houden, allerlei dingen verliezen

Geheugen 
▢ Problemen met onthouden van losse, op zichzelf staande gegevens
▢ Problemen met complexe opdrachten
▢ Afspraken en spullen vergeten

Sociale vaardigheden
▢ Weinig zelfvertrouwen, emotionele of sociale problemen, gedragsproblemen

Mogelijke noden en behoeften van een jongere met dyslexie

De leerling heeft nood aan een leerkracht die: 

  • nadruk legt op andere 'talenten'   van de leerling.

  • afwisselt met visuele, motorische en auditieve lessen/taken.

  • aan pre-teaching doet (en dus de leerling met dyslexie al voorbereid op een bepaalde les).

  • de leerling hulp leert vragen.

  • overzichtelijke teksten gebruikt (let op lettertype, interlinie, duidelijke alinea's,...).

  • afbeeldingen en foto's gebruikt bij woorden/teksten.

  • herhaling voorziet en stimuleert.

  • meer tijd geeft bij bepaalde opdrachten/toetsen.

  • toetsen mondeling afneemt.

  • hem/haar niet onvoorbereid luidop laat lezen.

De leerling heeft nood aan instructie die:

  • helder en kort is.​

De leerling heeft  nood aan opdrachten die:

  • gestructureerd zijn.

  • voorgelezen worden.

  • één voor één worden aangeboden.

De leerling heeft nood aan  een klasorganisatie met:

  • hulpmiddelen ter compensatie van deze leerstoornis (laptop, rekenmachine, onthoudkaarten,...).

  • digitale  hulpmiddelen (laptop, voorleessoftware, online woordenboek)

De leerling heeft nood aan  feedback die:

  • de inzet benadrukt.