ASS of autisme

Autisme is een ontwikkelingsstoornis. De hersenen van kinderen met autisme ontwikkelen zich anders dan bij de meeste mensen. Daardoor verwerken mensen met autisme de prikkels uit hun omgeving (alles wat ze horen, zien, ruiken, voelen…) anders. Ze ervaren deze prikkels als losse informatie, waardoor het moeilijk is er een logisch geheel van te maken. Dat maakt het lastiger om de wereld rondom zich te begrijpen.  Ze zijn over- of ondergevoelig voor zintuiglijke prikkels.

 

  • Leerlingen met autisme of een autismespectrumstoornis hebben over het algemeen moeite met communicatie, sociale interactie, flexibiliteit in denken en creatief verbeeldingsvermogen.

  • Autisme komt voor op alle niveaus van verstandelijk functioneren.   De intelligentie beïnvloedt wel sterk de communicatieve en compenserende mogelijkheden.

  • Met autisme word je geboren. Het verdwijnt nooit, ook al leren personen met autisme omgaan met hun autisme. Ze leren het camoufleren door middel van trucjes en strategieën. Dit zien we vaak op school, maar het vraagt veel energie waardoor ze thuis kunnen ‘ontploffen’.

  • Autisme kent een aantal kenmerken, maar elke leerling met autisme heeft een sterk eigen profiel en vraagt een aangepaste aanpak. Daarom wordt er gesproken van het autismespectrum. Wat voor de ene persoon werkt, werkt niet noodzakelijk voor de andere. En dat kan nog eens verschillen van moment tot moment of in een bepaalde context.

Mogelijke sterke kanten

Dit is een paragraaf. Klik hier om je eigen tekst toe te voegen.

Mogelijke zwakke kanten

Dit is een paragraaf. Klik hier om je eigen tekst toe te voegen.

Highlights

  • Maak de situatie voorspelbaar (niets is vanzelfsprekend).

  • Zorg voor herhaling.

  • Zorg voor een begin en een einde, dmv aangeven van de tijd.

  • Beloon goed gedrag en doe dit frequent.

  • Geef aan hoe de dingen wel moeten ipv hoe ze niet moeten.

  • Wees consequent in het uitvoeren van regels en afspraken.

 

Om zich veilig te voelen in sociale interacties, heeft de leerling een leerkracht nodig die:

  • Kalm, geduld en voorspelbaar is (positieve houding)

  • Feedback geeft met het oog op gewenst gedrag

  • Sociale regels aanleert, reduceert en concretiseert

  • Mogelijkheden biedt om onder toezicht sociale vaardigheden te exploreren, zodat het zelfvertrouwen kan toenemen.

  • Helpt bij conflicten

  • Helpt bij het herkennen en benoemen van eigen emoties, op een neutrale manier.

  • Helpt bij het herkennen en benoemen van emoties van anderen, op een neutrale manier.

  • Oog heeft voor de talenten van de leerling

  • Duidelijk, kort en expliciet communiceert

  • Rollenspelen en doen-alsof spelen vermijdt

  • Samenwerkingactiviteiten langzaam opbouwt

 

Om de controle op de dagelijkse situatie te vergroten, heeft de leerling een leerkracht nodig die:

  • Discussies afkapt

  • Heldere taal hanteert

  • Gebruik maakt van visualisatie (voordoen, picto’s,…)

  • De leerling voorbereid op het lesverloop of het dag- en weekprogramma, via een kalender of schoolagenda:

    • Het onderwerp (wat?)

    • het doel van de les (waarom?)

    • individueel of samen (met wie?)

    • de duur van de les/opdracht (hoe lang?)

  • Consequent is in de afspraken qua dag- weekprogramma, lesverloop,…

  • Vrije momenten invult

  • Zegt wat de leerling wel mag doen en wat van hem/haar verwacht wordt

  • Een non-verbaal signaal afspreekt dat gebruikt kan worden als de leerling de aandacht verliest (zo moet er niet verbaal gecorrigeerd worden)

 

Om zich beter te kunnen concentreren tijdens de les, heeft de leerling…

…een werkplek nodig die

  • Afgeschermd kan worden van auditieve en afleidende prikkels

  • Gestructureerd is:

    • Materialen op een overzichtelijke manier en op een vaste plek

    • Zijn/haar eigen materiaal geordent kan worden met hulpmiddelen (bijv. labels)

 

…een leerkracht die

  • Bekijkt welke plek het best is voor de leerling

    • Vooraan in de klas (minder afleiding)

    • Achteraan in de klas (overzicht bewaren ifv veiliger gevoel)

    • Een apart werkhoekje

  • De regels voor zelfstandig werken stapsgewijs inoefent

  • Duidelijk zegt waar de leerling met een opdracht start, wat af moet zijn en tegen wanneer

  • Op voorhand zegt wat de leerling moet doen als de opdracht klaar is

  • Zorgt dat de lesinhoud functioneel en afwisselend is

  • Checkt of de leerling het werkelijk begrepen heeft (en niet alleen iemand ‘napraat’)

 

…opdrachten die

  • Kort en eenduidig zijn

  • Concreet en functioneel zijn (zodat de leerling weet waar hij/zij aan toe is)

  • Een tijdslimiet bevatten

  • Uitdagend en op niveau van de leerling

  • Geen te groot beroep doen op samenwerken

 

…feedback nodig die

  • Op tijd gegeven wordt

  • Benoemt wat de leerling goed doet