Onderwijskundig leiderschap

Scholen dienen zorg te dragen voor hun eigen (onderwijs)kwaliteit. De directeur speelt hierbij als onderwijskundig leider een belangrijke rol..

Onderwijskundig leiderschap houdt grosso modo twee kerntaken in:

  • ervoor zorgen dat de school een juiste (onderwijskundige) koers vaart: doen wat er toe doet,

  • ervoor zorgen dat men dat ook goed doet: goed (blijven) doen wat er toe doet.

In zijn taak als onderwijskundig leider hanteert de directeur principes van de 'professionele leergemeenschap’.

 

Participatief werken

 

Leraren moeten op een school een team vormen dat bewust en onder leiding van de onderwijskundig leider(s), gelijkgericht de juiste pedagogische en didactische keuzes maakt en deze implementeert. Dat impliceert dus dat ertijd gemaakt wordt om samen te reflecteren over waar het team met het onderwijs heen wil, wat essentieel is voor het pedagogisch project van de school en hoe te zorgen voor betere output.

 

Leren mogelijk maken

 

Goede scholen zijn lerende scholen waar leerkrachten zich permanent professionaliseren, leren van mekaar, uitdagingen aangaan, groeien in hun job. Ook hierbij speelt de directeur een belangrijke rol.

 

Stimuleren en ondersteunen

 

De directeur ondersteunt en stimuleert de leraren, zowel individueel als collectief in hun leren en professionele ontwikkeling.

Wat kenmerkt bijgevolg een kwaliteitsvolle invulling van de onderwijskundige taak van een schoolleider?

 

  • De onderwijskundig leider doet er alles aan om met zijn team na te denken over ‘wat er toe doet’ en ‘wat kwaliteit is’ om tot een gemeenschappelijke en gedragen visie te komen.

  • Hij zorgt er voor dat er een participerende en(zelf) kritische cultuur op school heerst.

  • Hij zorgt er voor dat het reflectief vermogen van de leraren wordt gestimuleerd.

  • Hij zorgt er voor dat ontwikkeling en resultaten van de lerenden steeds voorop staan en een leidraad vormen voor beslissingen.

  • Hij stuurt de professionele ontwikkeling van leerkrachten aan (goed doen wat ertoe doet):

  • Alle leerkrachten, maar in het bijzonder de leerkrachten nieuw in het vak, worden collectief maar ook individueel en tot op de klasvloer ondersteund in hun competentieontwikkeling;

  • Hij zorgt er voor dat leerkrachten (van mekaar) kunnen leren; hij doet hiervoor een beroep op interne en externe deskundigen;

  • Hij werkt aan een doordacht nascholingsbeleid a.d.h.v. een nascholingsplan.

  • Hij helpt mee de kwaliteitszorg uit te bouwen.

  • In het schoolontwikkelingsplan is er ruime aandacht voor het onderwijskundig luik.