Vak en interactie

Leren is een interactief proces: kennis komt tot stand doordat je er met anderen over praat. Het actief gebruiken van de taal stimuleert de taalontwikkeling. Leerlingen moeten kunnen praten en schrijven in de les. De leraar heeft hierbij een stimulerende functie door het gesprek op gang te brengen en te begeleiden en te reageren op de inbreng van leerlingen.

Verder kunnen leerlingen veel taal leren door in groepjes of in duo’s samen te werken en te praten over de vakinhouden.

  • Geeft de leraar eenvoudige en duidelijke instructies (aangeven wat de leerlingen moeten doen bij een taak, aangeven hoe de leerlingen de taak moeten uitvoeren, formuleren van duidelijke criteria voor het eindproduct,...)?

  • Stelt de leraar verschillende soorten vragen (beschrijvend, ordenend, verklarend, evaluerend)?

  • Stelt de leraar voldoende open vragen en vraagt hij door?

  • Bevordert de leraar dat leerlingen vragen stellen (aan hem, aan elkaar)? Zetten de werkvormen aan tot actieve deelname aan de les?

  • Worden alle leerlingen bij de les betrokken?

  • Krijgen de leerlingen ruimte om onderling over de vakinhoud te overleggen? Worden de leerlingen tijdens denk- en doe-opdrachten gecoacht?

  • Wordt er gestructureerd samengewerkt?

  • Wordt het leerproces in samenspraak met de leerlingen geëvalueerd?