Gender

Jongens en meisjes beleven de school anders. Uit onderzoek blijkt dat jongens vaker achterop geraken, meer blijven zitten, mindere resultaten halen en vaker de school verlaten zonder diploma dan meisjes. Er heerst vaker een antischoolcultuur bij jongens. Onder antischoolcultuur verstaan we zaken zoals een lagere studiemotivatie, een lager engagement op school, minder belang hechten aan punten, minder tijd besteden aan huiswerk of vaker storend gedrag vertonen zoals agressie, ongehoorzaamheid en vandalisme. Dat het vooral jongens zijn die anti-schoolse culturen ontwikkelen kan deels verklaard worden door verschillen die er zijn in de interactie met de leraar. Leraren blijken hogere academische en normatieve verwachtingen te hebben voor meisjes dan voor jongens. Afhankelijk van hun verwachtingen vertonen leerkrachten vervolgens verschillend gedrag naar jongens en meisjes toe en leerlingen gaan zich naar de verwachtingen gedragen.

Heel wat materialen en activiteiten binnen het curriculum zijn gunstiger voor meisjes dan voor jongens, bijvoorbeeld door het bieden van vaste structuren en een meertalige aanpak. Daarom is het belangrijk dat leraren niet alleen oog hebben voor verschillen tussen jongens en meisjes, maar vooral ook voor individuele gelijkenissen en verschillen (om stereotypering te voorkomen).

  • Verhoogt de leraar de betrokkenheid van zowel meisjes als jongens?
    Voorbeelden:

    • empathisch zijn

    • respect tonen

    • zich begripvol opstellen

    • leerlingen bevestigen

    • stimuleren en motiveren

    • denken en leren aanmoedigen

    • duidelijkheid bieden

    • feedback geven

    • leerlingen laten kiezen

    • autonomie bieden

    • differentiëren (bv. afwisseling groepswerk, individuele instructie, zelfstandig werk, competitie inbouwen ...)

  • Heeft de leraar aandacht voor individuele verschillen?